De gebeurtenissen op 18 december waren voor het 67. Armeekorps vergelijkbaar met de vorige dag. De grenadiers vielen aan voor zonsopkomst en bereikten de eerste huizen van Höfen waarna de Amerikaanse artillerie ze onder vuur nam. Tegen de middag werden ze weer teruggedreven en was de Amerikaanse linie geheel hersteld. Voor de 6. Panzerarmee was het nu duidelijk dat de aanval op Monschau met de overgebleven troepen onhaalbaar was: na drie dagen vechten was Monschau nog steeds niet bereikt. De volgende dag zou de 272. Volksgrenadier-Division verplaatst worden naar het zuiden en de 326. Volksgrenadier-Division werd ingezet bij de aanval op de Elsenbornrug. Bij Lausdell slaagde de Duitse tanks erin om rond 08:00 uur de voorste Amerikaanse linies te overrompelen en direct op de schuttersputjes te vuren. Sergeant Hunt zag vanuit het dorp hoe soldaten door machinegeweervuur werden geveld nadat ze hun putjes probeerde te verlaten. Een man lag gewond naast een tank die hij probeerde te stoppen door zijn geweer in de rupsbanden te duwen. Man tegen man gevechten volgden terwijl de Amerikaanse artillerie de Duitse tanks probeerde te vernietigen. Lieutenant Truppner begreep dat zijn positie verloren was en nam contact op met de artillerie om zijn eigen linie onder vuur te nemen. Hij en zijn mannen zouden zich in hun schuttersputjes verstoppen. Een 30 minuten durende artilleriebarrage volgde waarna de Duitse opmars even tot stilstand kwam. Van Lieutenant Truppner werd hierna niets meer vernomen. Rond 10:00 uur ontving McKinley de opdracht om zich terug te trekken naar Krinkelt: de laatste eenheden van de 2nd Infantry Division waren Lausdell gepasseerd. Een uur later volgde als ondersteuning een nieuwe artilleriebarrage van een half uur, gevolgd door een tegenaanval van een zojuist gearriveerd tankbataljon. Het 1st Battalion, 9th infantry regiment begon aan de terugtocht. Toen Sergeant Hunt langs de commandopost liep zag hij McKinley aan de kant van de weg staan. De Lieutenant-Colonel schudde de handen van de langslopende soldaten en bedankte hen voor hun moedige prestaties. In Krinkelt aangekomen werden de manschappen geteld: van de 600 mannen die naar Lausdell waren gegaan waren er maar 144 uitgekomen. De 12. SS-Panzerdivision was ’s ochtends de aanval op de tweelingdorpen begonnen met nieuwe versterkingen. Nadat McKinleys mannen zich teruggetrokken hadden vielen de Duitsers ook vanuit Lausdell, met Panthers en infanterie, ongezien door de ochtendmist de straten van Krinkelt-Rocherath binnen. De mist werkte echter ook in het voordeel van de verdedigers: de Amerikanen konden gemakkelijk in kleine bazookateams dichtbij komen en de Panthers uitschakelen. Willi Fischer, commandant van een Panther, beschreef de situatie: Gedurende de hele middag namen zowel de Amerikaanse als de Duitse artillerie de dorpen onder vuur terwijl Panthers, Shermans en Amerikaanse Tankdestroyers elkaar in de straten beschoten. De infanterie-eenheden bleven vechten voor elk huis in deze wanorde van explosies. De moeilijke missie van Major-General Robertson en de 2nd Infantry Division was bijna ten einde. Tegen de avond was Kampfgruppe Peiper, de voorhoede van de 1.SS-Panzerdivision, namelijk al 40 kilometer verder westwaarts gevorderd. SS-Oberstgruppenfuhrer Josef Dietrich beval SS-Gruppenführer Hermann Priess vervolgens om de strijd om Krinkelt-Rocherath te staken en de 12. SS-Panzerdivision bij het 2. SS-Panzerkorps te voegen. De weg naar Malmedy moest nu vanuit het zuiden in plaats vanuit het oosten veroverd worden. De 277. Volksgrenadier-Division en de 3. Panzergrenadier-Division zouden de aanval op de tweelingdorpen voortzetten. |
||||||||
![]() Een verwoeste Panther tank in Krinkelt-Rocherath. (Bron: U.S. Army Centre for Militairy History) ![]() Verwoeste tanks in Krinkelt-Rocherath. (Bron: U.S. Army Centre for Militairy History) ![]() De duidelijk zichtbare vernieling in Krinkelt-Rocherath. (Bron: U.S. Army Centre for Militairy History)
|
||
|
Artikel door: Sjoerd Aarts |
||
| Geplaatst op: 20-6-2011 |
||
| Laatst gewijzigd: 20-6-2011 |


