Seyss-Inquart, Arthur
    Benoeming in Nederland

<<< Menu printversie pagina | printversie artikel

Vanaf 29 mei 1940 tot het einde van de oorlog was Seyss-Inquart Reichskommissar für die besetzten Niederlande (rijkscommissaris voor het bezette Nederland). In die functie was hij formeel de hoogste vertegenwoordiger van het bezettingsbestuur, enkel ondergeschikt aan Adolf Hitler. Hij werd ondersteund door een staf van Generalkommissare. Twee van hen had hij zelf mogen uitkiezen, dat waren zijn vrienden Friedrich Wimmer en Hans Fischböck. Wimmer was Generalkommissar für Verwaltung und Justiz (commissaris-generaal voor bestuur en justitie) en was zijn plaatsvervanger bij afwezigheid. Fischböck was als Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft verantwoordelijk voor financiën en economische zaken. De twee stafleden die aan Seyss-Inquart toegewezen werden, waren Hanns Rauter en Fritz Schmidt. Rauter was als Höhere SS- und Polizeiführer ondergeschikt aan SS-leider Heinrich Himmler, maar tegelijkertijd was hij Generalkommissar für das Sicherheitswesen (commissaris-generaal voor veiligheid). Schmidt was toegewezen vanuit de nazipartij en was als Generalkommissar zur besonderen Verwendung (commissaris-generaal voor bijzondere aangelegenheden) verantwoordelijk voor het aansturen van de publieke opinie en de nazificering van het openbare leven. In de provincies en in Amsterdam en Rotterdam benoemde Seyss-Inquart in totaal dertien Beauftragte, plaatselijke toezichthouders. Militaire aangelegenheden vielen buiten zijn directe bevoegdheid, want daarmee was Wehrmachtsbefehlhaber Friedrich Christiansen belast.

Seyss-Inquart en zijn Reichskommissariat namen de plaats in van de Nederlandse regering die naar Londen gevlucht was. De secretarissen-generaal, tijdens de bezetting de hoogste nog in Nederland aanwezige overheidsvertegenwoordigers, hadden zich bereid getoond om met de bezetter mee te werken. Ze dachten dat ze zo meer voor de Nederlandse bevolking konden betekenen dan door te vertrekken. Het Nederlandse ambtenarenapparaat bleef grotendeels intact, maar stond onder toezicht van Duitse ambtenaren en ontving opdrachten van het Duitse bezettingsbestuur. Nederlandse ambtenaren moesten schriftelijk verklaren dat ze een loyale houding zouden aannemen tegenover de bezetter. Ook moesten ze een zogenaamde ariërverklaring ondertekenen en werden Joodse ambtenaren ontslagen. Gaandeweg werden veel hoge bestuursfuncties, zoals het burgemeesterschap, ingenomen door NSB’ers.

De medewerking met de Duitse bezetter en de instandhouding van een groot deel van het Nederlandse ambtenarenapparaat was enkel mogelijk vanwege de aard van de bezetting die anders was als in bijvoorbeeld Polen. De Polen werden onderworpen aan een meedogenloze bezetting waarbij hen alle zelfbestuur ontnomen werd, omdat ze door de nazi’s beschouwd werden als een inferieur volk. De Nederlanders daarentegen werden beschouwd als een Germaans broedervolk. Seyss-Inquart kreeg van Hitler niet de opdracht om de Nederlanders te onderdrukken en uit te buiten en om de intelligentsia uit te roeien, maar om hen te winnen voor het nationaalsocialisme en het Groot-Duitse ideaal. Wat in Oostenrijk gelukt was – de door veel Oostenrijkers enthousiast verwelkomde Anschluss – moest op de lange termijn ook in Nederland bewerkstelligd worden. Dat doel kon enkel slagen wanneer de Nederlanders niet geknecht werden, maar behandeld werden als volwaardige, toekomstige burgers van het nieuwe Rijk. Om dat te benadrukken hield Seyss-Inquart op 29 mei 1940 in de Ridderzaal een geruststellende intree-rede waarin hij de “vredelievende” bedoelingen van Duitsland uiteenzette.

De inauguratiespeech van Seyss-Inquart werd bijgewoond door de Nederlandse secretarissen-generaal. Generaal Henri Winkelman, toen nog de hoogste Nederlandse autoriteit, had hen geadviseerd om de uitnodiging aan te nemen, maar om te vertrekken als er denigrerend gesproken werd over de koningin. Zelf was hij trouwens niet uitgenodigd. Van denigrerende opmerkingen over het koningshuis was geen sprake; Seyss-Inquart sprak verzoenende woorden en benadrukte het bloedverwantschap tussen de Duitsers en Nederlanders. “Wij komen hier niet om een volk te knechten en te vernietigen of om een land zijn vrijheid te ontnemen”, zo benadrukte hij. “Wij willen dit land en zijn bevolking noch imperialistisch overheersen noch onze politieke overtuigingen opdringen. Wij willen ons bij onze handelingen uitsluitend laten leiden door de noodzakelijkheden, die voortvloeien uit de bijzondere situatie van het heden.”

Een ander doel van Seyss-Inquart was om de Nederlandse economie in dienst te stellen van de Duitse oorlogsproductie. Dat zou hem zeker in de eerste bezettingsjaren lukken, omdat de Nederlandse industrie toch al voor een belangrijk deel op Duitsland gericht was en er nu geprofiteerd werd van nieuwe opdrachten uit Duitsland. Zijn doel om de Nederlanders te winnen voor het nationaalsocialisme zou echter falen. In het verzuilde Nederland was men gewend om concessies te doen en compromissen te sluiten, desnoods met de Duitse bezetter, maar op een kleine minderheid na zag men er geen heil in om zich te “bekeren” tot het nationaalsocialisme, noch zich volledig te onderwerpen aan de bezetter. Aan het begin van zijn ambtsperiode leek Seyss-Inquart daarvan nog geen vermoeden gehad te hebben; hij had er vertrouwen in dat de Nederlanders zich uiteindelijk wel zouden schikken naar de nieuwe machtshebbers. Zijn kennis van de Nederlandse geschiedenis en mentaliteit was echter beperkt. “Als men hier kersvers uit Duitsland komt”, zo zei hij eens tegen één van zijn ambtenaren, “denkt men het volk te begrijpen. Hoe langer men hier is, des te meer ziet men hoe anders het is als men denkt.”

<<< | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | >>>

  Afbeeldingen


Seyss-Inquart bij zijn ambtsaanvaarding in de Ridderzaal
(Bron: ANP Fotoarchief)



Duitse functionarissen brengen de Hitler-groet tijdens Seyss-Inquarts ambtsaanvaarding.
(Bron: ANP Fotoarchief)



Van rechts naar links: Arthur Seyss-Inquart, Hans Fischböck, Fritz Schmidt en Hanns Rauter.


Spotprent van Seyss-Inquart door tekenaar L.J. Jordaan. Slippendrager van de nieuwe "vorst" is NSB-leider Anton Mussert.
(Bron: Atlas Van Stolk, Rotterdam)


 

 

Artikel door:
  Kevin Prenger
Geplaatst op:
  13-8-2008
Laatst gewijzigd:
  20-8-2012
Deze website is een initiatief van STIWOT (Stichting Informatie Wereldoorlog Twee) Alle rechten voorbehouden © 2002-2014
Hosting verzorgd door Vevida Services BV